Marlies Breeuwsma (57 jaar) is reeds 24 jaar actief in Zuidelijk Afrika..
Voor het eerst uitgezonden samen met haar man als vrijwilliger naar Tanzania in 1973, daarna met af en toe verblijf in Nederland, werkzaam in Zimbabwe en Namibië en nu dan in Zuid Afrika. Zij is een geïnspireerde vrouw, die graag mensen helpt en daarbij zich laat leiden door Gods liefde en Gods hulp in haar leven. Sinds eind oktober 2006 werkt zij als maatschappelijk werkster op "Sizanani" missie in de buurt van Pretoria, Zuid Afrika. Meer informatie over het project op website: www.sizanani.org

 

Zij vertelt over haar werk:

Op Sizanani missie, dat in het ZULU "wij helpen elkaar" betekent, worden mensen geholpen, die lijden aan AIDS: een ziekte waar geen genezing van mogelijk is.
Het is een ziekte die het weerstandsvermogen van de mens afbreekt, waardoor het geen weerstand heeft tegen allerlei andere infecties die het lichaam ongehinderd kunnen binnendringen. Op den duur overlijdt men aan een ziekte zoals tuberculose, diarree, een longontsteking of andere aandoeningen. Medicijnen om AIDS te genezen is er niet, alleen medicijnen om de vermenigvuldiging van het virus te stoppen en zo deze ziekte te vertragen: de zg AIDS remmers. AIDS grijpt in Zuidelijk Afrika snel om zich heen, vooral door de onveilige sex en het maakt veel kinderen tot wees, als hun moeder gestorven is. Vanuit Sizanani wordt thuiszorg geboden door vrijwilligers, die begeleid en getraind worden door professionele krachten. Er is ook een kliniek op Sizanani, waar bloed getest wordt, waar AIDS remmers worden uitgereikt aan 600 mensen en waar patienten met raad en daad worden bijgestaan.
Er is een hospice, waar terminaal zieke patiënten, zowel volwassenen als kinderen, die geen verzorging van familie krijgen of hebben, onderdak en verzorging worden geboden. Zuid Afrika en India hebben in de wereld de hoogste aantallen mensen met HIV.
Van de 44 miljoen inwoners van Zuid Afrika zijn er ongeveer 5,5 miljoen mensen die HIV positief en er zijn l miljoen weeskinderen en dat aantal neemt nog dagelijks toe. Huishoudens met kleine kinderen waarvan de ouders overleden zijn en nu de oude grootmoeder aan het hoofd staat of huishoudens van alleen maar kinderen zonder begeleiding van volwassenen, zijn heel gewoon.
In de townships zijn kleine centra opgezet, waar vrijwilligers een soepkeuken bemannen en die de kinderen persoonlijk kunnen helpen, met bijvoorbeeld: school geld en schooluniformen, maar ook helpen als ze moeilijkheden ondervinden, zoals rouwverwerking, seksueel misbruik, enzovoorts.

Wereld AIDS Day, 1 december 2006 in de township:Alexandra / Johannesburg

Marlies doet verslag:

Voor Wereld AIDS Dag waren we uitgenodigd deel te nemen aan een mars door de township samen met een groep schoolkinderen van 5 tot 12 jaar. Deze speciale wereld AIDS dag zouden ze herdenken in een zaaltje van een afgeleefd en slecht onderhouden bejaardenhuis, waar arme bejaarden die geen familie hadden, de oude dag doorbrachten.
Zingend en dansend bereikten we het eindpunt van de mars, aangemoedigd door vele mensen aan de kant van de weg. Als enige blanken in de massa kinderen vielen we wel op in de menigte.
Tijdens de bijeenkomst in het zaaltje waren er vrouwen, die vertelden over hun werk in de thuiszorg en hun dagelijkse strijd tegen HIV/ AIDS. Ze beschreven het werk dat ze deden en ze getuigden van de Here Jezus die hen bij het zware werk hielp.
Halverwege het programma werden kaarsjes uitgedeeld aan alle kinderen in de zaal. Er kwamen 7 tieners naar voren en één "counsellor", die vóór de schare schoolkinderen gingen staan. De jongens en meisjes vertelden één voor één op hartverscheurende wijze over het verlies van hun ouders, die ze verloren hadden aan de slopende ziekte AIDS.
Een meisje van 13 jaar vertelde over de dood van haar moeder, die stierf aan AIDS en hoe ze haar tot het einde toe verzorgd had. Hierna kwam een 14 jarige jongen naar voren, die vertelde dat hij niet meer naar school ging. Want na de dood van zijn moeder was hij nu verantwoordelijk voor de verzorging van zijn 4 jongere zusjes en broertjes.
Alle tieners vertelden uit eigen ervaring over de dood van hun ouders. Dit ging gepaard met veel tranen en snikken, niet meer uit de woorden kunnen komen, en dan zwijgen.... overstemd door massaal huilen uit de zaal.
Wat er toen gebeurde is nauwelijks te beschrijven. De schoolkinderen in de zaal waren erg emotioneel en vreselijk ontdaan. Ze zochten bij wildvreemde troost en geborgenheid. Vele kinderen braken in snikken uit en zonder adequate opvang en begeleiding kwamen de golven van emoties over hen heen. Voor vele kinderen waren de verhalen herkenbaar en ondraaglijk.
.
Daarna werden de kaarsjes gedoofd en was er eten voor iedereen.

 

Vieringen binnenkort