Heilige Titus Brandsma

De patroon van onze parochie is de Heilige Titus Brandsma. Titus Brandsma is een heilige (priester)zoon van onze parochie, geboren op het platteland van Oegeklooster nabij Bolsward.

Gedachteniskapel H. Titus Brandsma

In de Sint Franciscusbasiliek is een gedachteniskapel voor hem ingericht. U vindt deze kapel links van het hoofdportaal, naast de kapel van Maria van Sevenwouden.

Bij de zaligverklaring van Pater Titus Brandsma in 1985 werd in de kapel een urn geplaatst met as “van vele onbekende martelaren” van het asveld van Dachau. Deze urn is een vaas van Makkumer aardewerk. De plateelschilders Douwe Kloosterman en Gerard Damsma voorzagen de donkerbruine urn van een prikkeldraad motief, herinnerend aan het concentratiekamp. Het witte kruis symboliseert het sterven van Christus.

Links een reproductie van de tekening, die zijn kamergenoot van Block IIA John Dons maakte in het kamp van Amersfoort waar Pater Titus in de lente van 1942 verbleef. Rechts een reproductie van een Icoon van de Hemelvaart van Elia. Elia, de profeet die op de Karmelberg in Israël leefde, is één der grote inspiratoren van de orde van Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel.

In de nis is het kunstwerk geplaatst dat in 1988 door Jan Murk de Vries ter ere van Pater Titus, werd vervaardigd voor de Bolswarder kerk. Het kunstwerk is geheel van red-cedar hout en symboliseert de apotheose van de Zalige, verbonden met het Kruis van Christus. In de nis achter het plastiek een neogotisch kistje met as uit Dachau en een stukje van het kleed van Pater Titus. Op het marmeren “altaar” liggen stenen van de berg Carmel in Israël en uit Dachau, ook stenen die er door gelovigen met een bepaalde intentie zijn neergelegd.

Aan de wand links hangt een glas-in-loodraam afkomstig uit het voormalige karmelklooster te Drachten. Naast Titus is Jezus afgebeeld met nadruk op diens Heilig Hart. De opgeven handen onder het kruis vormen een mooie continuïteit met de zo typerende opgeheven handen in het werk van Jan Murk de Vries.

Rechts aan de wand hangt een reliekhouder met daarin een stukje van het habijt van Pater Titus. De zilveren lijst is van een voormalig canonbord, zoals die gebruikt werden in de oude Mis. In de rand is het lied gekalligrafeerd dat pater Titus schreef tijdens zijn gevangenschap in kamp Amersfoort in 1942.

Een leed kwam telkens op mij aan
Onmogelijk om het af te weeren
Met geen tranen te bezweren
‘k had het anders lang gedaan

Toen ging het boven op mij staan
Tot ik stil lag zonder weeren
Duldend wachtend moest ik leeren
En toen pas is het heengegaan

Dat is nu al een poos gelêen
Ik zie het nu van verre nog
En ik begrijp niet, waarom toch
Ik toen zo leed met veel geween